Nieuws

Nieuws? Hier stellen wij informatie beschikbaar over onze speerpunten, thema's en andere items die wij en onze partnerorganisaties van belang achten. Ook verwijzen wij door naar oorspronkelijke nieuwsbronnen waar meer informatie geraadpleegd kan worden.


Digitalisering van publieke diensten: vooruitgang voor iedereen?

De laatste decennia is het snel gegaan met de digitalisering van de dienstverlening in Nederland. Tegenwoordig worden steeds meer zaken geregeld via het web, terwijl dit in het verleden heel anders ging. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het regelen van bankzaken of het boeken van een vakantie. Logisch ook, gezien een grote meerderheid van de huishoudens (95% in 2013) beschikking heeft over het internet [1]. Ook de overheid volgt deze trend, waardoor ook steeds meer publieke zaken tegenwoordig online en/of digitaal worden geregeld. Twee recente voorbeelden zijn bijvoorbeeld de invoering de OV-chipkaart, welke sinds de start in Rotterdam in 2004 in steeds meer gebieden in Nederland werd ingevoerd [2], en het invoeren van DigiD, de digitale inlogcode van de overheid die in 2007 helemaal rond was.[3]

De OV-chipkaart en DigiD

Zowel de OV-chipkaart als DigiD zijn voorbeelden van digitalisering van publieke diensten. Hoewel het gebruik van DigiD en de OV-chipkaart niet verplicht is, heeft de burger echter niet snel een alternatief voor deze diensten. Mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer hebben bijna geen andere keus dan van de OV-chipkaart gebruikt te maken. Steeds meer stations zijn zelfs helemaal ontoegankelijk voor mensen zonder de chipkaart. Ook zonder DigiD wordt het voor de burger steeds lastiger. Bij steeds meer overheidsinstellingen is het gebruik van DigiD een vereiste om gebruikt te kunnen maken van de diensten. Dit in contrast met de keuzemogelijkheden van de private dienstverlening. In veel gevallen is er een keuzemogelijkheid voor verschillende aanbieders van diensten waardoor men voor de aanbieder kan kiezen die het best bij de persoonlijke wensen past. Denk hierbij aan de mogelijkheid om van energieleverancier, bank of telecom profider te wisselen. Het digitaliseren van publieke diensten zorgt er dus voor dat mensen bijna geen andere keus hebben dan mee te gaan met de tijd en ontwikkelingen.


De achterblijvers

Hoewel het gebrek aan keuzemogelijkheid voor de meeste mensen misschien slechts een ongemak is, zijn er toch nog veel mensen die niet kunnen meekomen met de digitalisering en technologische vooruitgang. Het ministerie van BZK heeft in 2013 opdracht gegeven om met een onderzoek deze doelgroepkaart in kaart te brengen. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen de “digibeten” (in het onderzoek omschreven als personen die geen gebruik maken van het internet) en laaggeletterden. Uit het onderzoek blijkt dat het percentage digitaal niet- redzamen rond de 5% ligt, het aantal mensen dat moeite heeft met lezen en schrijven is ongeveer 1,1 miljoen. Dit is ongeveer 10% van de beroepsbevolking. Het rapport voorspelt verder dat in 2017 28,3% van de Nederlanders geen DigiD-account hebben en dat 3,5% van de burgers tussen 12 en 75 jaar nog nooit internet heeft gebruikt. Enkele aanbevelingen die aan bod komen in het onderzoek zijn het investeren in en ontwikkelen van campagnes, cursussen en digitale machtigingen. Hierbij worden vooral de ontwikkelingen in Denemarken in de gaten gehouden, dit land loopt voorop als het gaat om e-dienstverlening van de overheid [4].

Het is natuurlijk een goed teken dat de overheid onderzoek doet naar de achterblijvers, maar de vraag blijft of er ook daadwerkelijk wat gebeurd met de aanbevelingen en of deze effectief blijken. Naast de toegankelijkheid zitten er echter nog meer haken en ogen aan het gebruik van digitale overheidsdiensten:

Veiligheid en fraudegevoeligheid

Zowel de OV-chipkaart en DigiD zijn de afgelopen jaren negatief in het nieuws gekomen met betrekking tot de veiligheid en fraudegevoeligheid van de diensten. Zo bleek het in 2011 kinderlijk eenvoudig te zijn om de OV-chipkaart te hacken waardoor men met behulp van een kaartlezer en een Windows programma zonder te betalen geld op de kaart kon zetten [5]. Hierdoor is de NS veel inkomsten misgelopen en heeft de overheid extra geld moeten vrijmaken om de chipkaart beter te beveiligen. Ook de beveiliging van de vernieuwde chipkaart blijkt lang niet waterdicht. Recentelijk bleek ook de verbeterde kaart simpel te hacken is, echter wordt de fraude met de kaart nu wel eerder opgemerkt [6].
Ook met DigiD is in de afgelopen jaren meerdere malen fraude gepleegd. In 2014 zijn er een aantal personen in Groningen aan de burger servicenummers en geboortedata van een aantal studenten gekomen, welke gebruikt werden om nieuwe DigiD inlogcodes aan te vragen. Vervolgens konden de daders op naam van de gedupeerde studenten toeslagen aanvragen bij de belastingdienst. Omdat de DigiD- inlogcodes per post worden verstuurd, konden de daders deze gemakkelijk onderscheppen in grote studentenwoningen. Een jaar later is er in Amsterdam waarschijnlijk op dezelfde wijze fraude gepleegd waardoor ruim 150 inwoners het slachtoffer werden [7]. In 2014 werd eerder ook al een blunder begaan waardoor er 40.000 DigiD-codes bij een reclamebureau terecht zijn gekomen [8].


Stapje terug?

De bovengenoemde zijn slechts enkele van de vele voorbeelden van fraude en gebrek aan veiligheid die digitaliseringprojecten in de publieke sector met zich meebrengen. Uiteraard is het onmogelijk om fraude en misbruik volledig uit te sluiten, maar de overheid laat zien dat zij bijvoorbeeld bij de verkiezingen wel heeft teruggegrepen naar ouderwetse middelen. Het rode potlood werd geherintroduceerd toen de veiligheid en het democratische proces in het geding konden komen door potentieel misbruik en fraude met de elektronische stemmachines. Daarnaast moet een democratische rechtstaat er altijd voor waken dat haar burgers niet uitgesloten worden van haar diensten op basis van bereikbaarheid en deelnamemogelijkheid. Wat dat betreft is het misschien een goed teken dat de Nationale Ombudsman naar aanleiding van signalen van verontruste burgers een onderzoek heeft gestart naar het volgende digitaliseringproject van de overheid: het verdwijnen van de blauwe envelop bij de belastingdienst en de start van een volledig elektronisch berichtenverkeer tussen deze dienst en de burger [9].

[1] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-3926-wm.htm

[2] https://www.translink.nl/nl-NL/OV-chipkaart

[3] https://www.ibewustzijnoverheid.nl/onderwerpen/5-identiteitsbewustzijn/digid-en-bsn/

[4] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/09/02/de-digitale-zelf-redzaamheid-van-de-burger-ondersteuning-bij-de-digitale-overheid-2017

[5] http://nos.nl/artikel/214122-manipuleren-ov-chip-kinderlijk-eenvoudig.html

[6] http://www.nu.nl/internet/4023707/chip-ov-chipkaart-en-toegangspassen-blijkt-eenvoudig-kraken.html

[7] http://www.eenvandaag.nl/index.php/binnenland/48453/opnieuw_fraude_met_digid

[8] http://www.eenvandaag.nl/index.php/criminaliteit/52015/40_000_digid_codes_in_verkeerde_handen

[9] https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2015/ombudsman-onderzoekt-verdwijnen-blauwe-envelop-belastingdienst-1


Dit artikel is geschreven door onderzoeksvrijwilliger Rick Meerts.
Rick Meerts (1985) is geboren en woonachtig in Den Haag en heeft aan de Rijksuniversiteit Leiden zijn Masterdiploma Bestuurskunde behaald. Vanwege zijn interesse in de werking van bestuur en politiek is hij sinds 2014 voor Stichting Burger actief als vrijwilliger.


Add this to your website